F1Journaal evalueert het nieuwe puntensysteem

15 juli 2010 — Het seizoen van 2010 is halverwege en met een nieuw puntensysteem is het misschien wel eens tijd voor een evaluatie van dat systeem. In de loop der jaren heeft de formule 1 vele puntentellingen gekend. We leggen verschillende systemen naast elkaar en bekijken de top vijf van elk systeem.

Het puntensysteem dat vanaf 2010 wordt gebruikt werd in gebruik genomen omdat er weer 26 wagens op de grid moesten komen (uiteindelijk waren het er maar 24) en om de winnaar meer voordeel te geven ten opzichte van de rest. Ook werden voor het eerst meer dan 10 punten uitgedeeld aan de winnaar en punten aan meer dan acht mensen. Deze puntentelling word ook gebruikt in het wereldkampioenschap rally De winnaar krijgt 25 punten, de tweede 18 en de derde 15, de vierde 12, nummer vijf 10, zes 8, zeven 6, acht 4, negen 2 en de tiende plaats levert nog één punt op.

De huidige WK-stand (met deze punten telling dus) is:
1: Lewis Hamilton: 145
2: Jenson Button: 133
3: Mark Webber: 128
4: Sebastian Vettel: 121
5: Fernando Alonso: 98
Als we naar het puntensysteem in de motorsport (25,20,16,13,11,10,9,8,7,6,5,4,3,2,1), zoals motorcross en Moto GP, zien we dat zij het podium goed belonen, maar de rest minder geven. Wel geeft dat systeem 15 rijders punten. Deze puntenverdeling sluit misschien wel het best aan bij het oude puntensysteem van de formule 1 als we het hebben over de verhouding van de punten voor de podiumplaatsen. Het grote verschil is het aantal rijders die punten krijgen.

Dit puntensysteem levert dezelfde top vijf op:
1: Lewis Hamilton: 159
2: Jenson Button: 147
3: Mark Webber: 145
4: Sebastian Vettel: 132
5: Fernando Alonso: 118
Een ander systeem is het voorstel van Bernie Ecclestone: het medaillesysteem. De wereldkampioen wordt degene met de meeste eerste plaatsen. Bij een gelijke stand kijkt men naar de zilveren medailles, dan naar de bronzen en zo voort.

Dit systeem verandert de top vijf:
1: Mark Webber: 3 gouden medailles, 1 zilveren,1 bronzen
2: Lewis Hamilton: 2 gouden medailles, 3 zilveren, 1 bronzen
3: Jenson Button: 2 gouden medailles, 2 zilveren, 1 bronzen
4: Sebastian Vettel: 2 gouden medailles, 1 zilveren, 1 bronzen
5: Fernando Alonso: 1 gouden medailles, 1 zilveren, 1 bronzen
De meest gebruikte referentie om het nieuwe puntensysteem te vergelijken is de oude puntenverdeling. Dat gaf de eerste acht punten en de winnaar tien punten. De verdeling was 10,8,6,5,4,3,2,1. Dit puntensysteem was in gebruik van 2003 tot en met 2009.

De top vijf blijft hetzelfde bij de oude puntentelling hetzelfde:
1: Lewis Hamilton: 60
2: Jenson Button: 54
3: Mark Webber: 50
4: Sebastian Vettel: 49
5: Fernando Alonso: 39
Voor 2003 kregen alleen de beste zes rijders punten. Dit systeem werd voor het eerst toegepast in 1991. Dit puntensysteem beloont de eerste het meest ten opzichte van de anderen. Het systeem was 10,6,4,3,2,1.

Het systeem veranderd alleen de plaats van Webber en Button in de stand:
1: Lewis Hamilton: 46
2: Mark Webber: 42
3: Jenson Button: 41
4: Sebastian Vettel: 38
5: Fernando Alonso: 27
Vanaf 1961 tot en met 1990 werd er een puntenverdeling gehanteerd die enkel voor de eerste plaats verschilde van het latere. De winnaar kreeg maar 9 punten. Verder waren er veel kleine veranderingen van seizoen tot seizoen. In de periode 1985-1990 telden alleen de beste 11 resultaten. In de vier jaar daarvoor telden alle resultaten en vanaf 1967 tot en met 1980 werd het seizoen ingedeeld in twee seizoenshelften. In die helften mocht men de één, twee, drie of zelfs vier resultaten (de slechtste) weglaten vallen. Daarvoor telde slechts 6 of 5 resultaten.

Dit zijn de top vijven met die puntenverdeling (het eerste in met alle resultaten, het tweede zonder het slechtste, het derde zonder de twee slechtste, het vierde met drie minder en het laatste met vier minder):
1: Lewis Hamilton: 44, 44, 43, 42, 40
2: Mark Webber: 39, 39, 39, 39, 39
3: Jenson Button: 39, 39, 39, 39, 37
4: Sebastian Vettel: 35, 35, 35, 35, 35
5: Fernando Alonso: 26, 26, 26, 26, 26
In 1960 kreeg de winnaar maar 8 punten en telden alleen de zes beste resultaten. Er waren dat jaar maar 10 races dat jaar.

Dit is de wk-stand met alle races geteld:
1: Lewis Hamilton: 42
2: Jenson Button: 37
3: Mark Webber: 36
4: Sebastian Vettel: 33
5: Fernando Alonso: 25
In de jaren vijftig kregen alleen de eerste vijf rijders punten samen met degene die de snelste rondetijd zette punten. De regel dat degene met de snelste ronde een punt krijgt werd nog toegepast bij de Amerikaanse raceklasse Champcar, waar Sébastien Bourdais zijn strepen verdiende tot die stopte in 2007. De winnaar kreeg 8 punten, de tweede 6, de derde 4, de vierde 3 en de vijfde positie verdiende nog 2 punten. Van seizoen tot seizoen verschilde het of er 4,5 of 6 races meetelden voor de stand (er werden 7 tot 11 race verreden in die seizoenen).

Als we die puntenverdeling toepassen op alle races van dit jaar krijgen we deze stand:
1: Lewis Hamilton: 44
2: Mark Webber: 38
3: Jenson Button : 38
4: Sebastian Vettel: 34
5: Fernando Alonso: 27
We kunnen dus concluderen dat andere puntensystemen alleen de positie van Button en Webber omwisselen. Het medaillesysteem van Bernie Ecclestone levert als enige een andere wk-leider op. Dit systeem zou misschien wel een harder gevecht voor de eerste plaats opleveren ,maar nu zijn die duels ook al fel. Denk maar aan het gevecht tussen de twee Red Bulls in Turkije. Ook zien we dat bij elk systeem het wereldkampioenschap nog ernstig kan veranderen in één race. Tot nu toe lijkt het systeem dus niet baanbrekend te zijn, maar misschien later wel(?).

Verwante nieuwsitems

F1Journaal Specials

GP van België