logo
 

Formule 1 is veel sneller dan de IndyCar: een vergelijking

28 maart 2019 — Afgelopen weekend deed de IndyCar voor de eerste keer het ‘Circuit of the Americas’ (COTA) aan waar sinds 2012 ook de GP van de Verenigde Staten Formule 1 doorgaat, tijd voor een vergelijking.

Dit bericht bekijken op Instagram

Een bericht gedeeld door Mercedes-AMG F1 (@mercedesamgf1) op

Als we de IndyCar moeten vergelijken met de Formule 1 op basis van de naakte cijfers valt dat desastreus uit voor de Amerikanen. Lewis Hamilton behaalde de pole in de GP van de Verenigde Staten met een rondetijd van 1:32.237 terwijl Will Power met zijn Penske-Chevrolet daar bijna veertien seconden langer over deed.

De IndyCar enkel en alleen afrekenen op rondetijden zou wat kort door de bocht zijn. Met Colton Herta kreeg de race op het COTA een prachtige winnaar, de zoon van voormalig Champ Car-rijder Bryan Herta is met zijn negentien jaar de jongste winnaar ooit in de IndyCar.

Het was nog maar de derde race van de jongeling en ook zijn team is relatief nieuw in de sport. Het is bijna ondenkbaar dat in de F1 een onervaren rijder met een jong team een GP zou winnen.

Stefan Johansson, die zowel in de IndyCar als de F1 aan de slag was omschrijft het als volgt: “De IndyCar is puur racen, het is makkelijk te begrijpen en wordt nog niet gedomineerd door ingenieurs. Het is elke keer spannend tot de laatste ronde.”

De Formule 1 maakt gebruik van de nieuwste technologieën. De huidige 1.6 liter V6 Turbo-Hybride motoren braken ongeveer duizend PK uit terwijl de 2.2 liter V6 Biturbo verbrandingsmotoren van de IndyCar om en bij de 710 PK produceren.

De technische kant van het verhaal in de IndyCar is ook zeer rudimentair, er zijn geen elektronische hulpmiddelen of stuurbekrachtiging toegelaten. Dat geldt ook voor de racebanen, die in tegenstelling tot de F1 bijvoorbeeld geen enorme geasfalteerde uitloopstroken hebben en daardoor zeer weinig fouten toelaten.

Het kampioenschap bestaat ook uit een mix van traditionele circuits, stratencircuits en ovals, een rijder moet op al die soorten circuits uit de voeten kunnen wil hij een kans maken op de titel.

Het rijdersveld in de IndyCar is wellicht wat beter in balans, er rijden veel piloten die het net niet tot de Formule 1 geschopt hebben. Fernando Alonso komt dit jaar bijvoorbeeld alleen maar in actie tijdens de Indy 500, algemeen aangenomen als de belangrijkste race op de kalender.

Tegelijkertijd moeten we ook niet blind zijn voor het feit dat ervaren Indyrijders als Tony Kanaan, Will Power of Scott Dixon het ook in de F1 misschien wel ver gebracht konden hebben.

Er zijn geen fabrieksteams in de in de IndyCar, ze zoeken echter wel al een aantal jaren naar een derde motorleverancier die Honda en Chevrolet zou willen vergezellen. Het chassis wordt voorzien door Dallara.

Geschat wordt dat een budget van ongeveer vijftien miljoen euro zou moeten volstaan om een seizoen vol te maken in de Verenigde Staten, terwijl in de Formule 1 al snel het tienvoudige vereist is om achteraan het het startveld te bengelen. Er hebben zich vierentwintig teams ingeschreven voor het huidige seizoen, daaronder zijn ook gastrijders die geen volledig seizoen voor hun rekening nemen.

De topteams zijn die van Andretti, Ganassi en Penske en dat zijn zoals u hierboven al kon lezen allemaal privéteams. Door de jaren heen zijn ze natuurlijk gegroeid, Andretti is bijvoorbeeld ook het fabrieksteam voor BMW in de Formule E en Chip Ganassi doet hetzelfde met de Ford GT in het WEC.

Ze hebben echter wel nog hun eigen identiteit in de IndyCar omdat alle fans in de VS en daarbuiten een gezicht kunnen plakken op hun oprichters, iedereen kent Roger Penske, Chip Ganassi of Michael Andretti.

Dit bericht bekijken op Instagram

Een bericht gedeeld door NTT IndyCar Series (@indycar) op

Geschreven door Tom Schots


Geschreven door Geoffrey Van den Elshout

Categorieën: GP van de Verenigde Staten van AmerikaMercedes

Verwante nieuwsitems

F1Journaal Specials

GP van Australië