Special: Terug uit het niets, de comeback van Jan Lammers in 1992

20 mei 2018 — Vorig weekend maakte Robert Kubica na zeven jaar zijn wederoptreden tijdens een raceweekend. Dat is een hele tijd maar de Nederlander Jan Lammers deed in 1992 nog beter met een comeback na tien jaar afwezigheid.

De situaties waarom beide heren zo’n lange periode van inactiviteit in de Formule 1 hadden is totaal verschillend. Robert Kubica had in 2011 een zwaar rally-ongeval waarbij hij bijna een hand verloor terwijl Lammers er na zijn eerste periode in de F1 genoeg van had om gevechten in de achterhoede te leveren.

De comeback van Kubica is echter reden genoeg om nog eens terug te blikken op de loopbaan en de wonderlijke terugkeer van “Jantje,” zoals zijn fans hem liefkozend noemen.

Met een geboorteplaats als die van Jan Lammers moet je als Nederlander wel voorbestemd zijn om in de Formule 1 terecht te komen, hij zag namelijk het levenslicht op twee juni 1956 in Zandvoort. De jonge Lammers rolde als het ware vanzelf in de autosport want als kind mocht hij auto’s wassen in de slipschool van de legendarische Nederlandse auto- en rallycoureur Rob Slotenmaker.

Die laatste herkende het talent van de jonge Jan Lammers en stimuleerde hem om aan autoraces deel te nemen. Op zijn zestiende maakte hij zijn racedebuut en slaagde er met zijn Simca meteen in zijn eerste race te winnen en vanaf dan ging het snel. Nadat hij in 1978 Formule 3-kampioen werd krijgt hij in de Formule 1 zijn kans bij het bescheiden Shadow voor het seizoen 1979.


Shadow was echter een team in moeilijkheden, er viel niet veel eer te behalen met de DN9 en Lammers slaagde er niet in om punten te scoren. De bolide duikt wel nog geregeld op in bepaalde lijstjes omdat de kleurstelling op zijn minst gezegd opvallend was, de auto had een grote leeuwenkop van sponsor Samson vooraan op de auto en in zijn muil huisde de radiator.


Het vervolg van zijn F1-loopbaan ging langs ATS in 1980 naar Ensign, terug naar ATS om er in 1982 bij Theodore de brui aan te geven. Lammers was het beu om met inferieur materiaal aan te modderen in de Formule 1 en besloot om zijn geluk in andere raceklasses te beproeven. Het hoogtepunt van zijn eerste periode in de F1 is een vierde startplaats in Long Beach in 1980.

In de jaren tachtig was de Nederlander van alle markten thuis, hij was terug te vinden in de 24 uren van Le Mans, de Indy Car en zowel de Japanse als Internationale F3000. Het hoogtepunt van zijn loopbaan was ongetwijfeld de overwinning in de 24 uren van Le Mans in 1988 met de legendarische “Silk Cut-Jaguar XJR 9LM” van het team van wijlen Tom Walkinshaw.


Het hoogtepunt van zijn carrière was die overwinning in Le Mans maar het meest opmerkelijke moment was zonder de twijfel zijn terugkeer naar de Formule 1 na tien jaar afwezigheid. March F1 was in 1992 een team in moeilijkheden, sponsor Leyton House had er de brui aan gegeven en ze hadden het moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen. Het rijdersduo voor dat jaar was Karl Wendlinger en Paul Belmondo.

Belmondo’s budget bracht hem maar elf van de zestien races ver en hij werd vervangen door Emmanuele Naspetti. Toen Karl Wendlinger het team na de veertiende race verliet om mee te werken aan de komst van Sauber met Mercedes in 1993 in de F1 kwam er een verrassing van formaat: na tien jaar afwezigheid maakte Jan Lammers een comeback in de sport.


Hij zou voor March deelnemen aan de GP van Japan en Australië maar daarvoor breekt hij tijdens een promo-event nog het ronderecord op Zandvoort. De race in Japan verloopt minder voorspoedig en eindigt na 27 ronden met een kapotte koppeling, in Adelaide legt hij beslag op de twaalfde plaats. Lammers versiert wel een zitje voor 1993 bij het noodlijdende March maar zover laten de schuldeisers het niet komen, het team houdt een paar dagen voor de start van het seizoen op te bestaan.

De Nederlander blikte in 2006 in een interview terug op die comeback in een gesprek met Alan Jenkins.

“Ik wou dat zitje doodgraag en er waren ook andere rijders die het konden hebben als ze het echt wilden, maar ze waren er niet op gebrand zoals ik dat was. Ik kreeg de kans en heb ze met beide handen gegrepen, tegelijkertijd vergrootte ik ook nog mijn ‘status,’ als je dat zo wil noemen.

De andere auto’s waarmee ik indertijd racete waren sneller dan de F1, dat was dus geen grote verandering voor mij. Het was een mooie kans maar het heeft niet echt een invloed gehad op wat ik erna nog gedaan heb.”


Bijna kwam het tot een tweede terugkeer in de F1 toen het succesvolle F3000-team DAMS plannen had voor een F1-deelname. Lammers testte in 1995 de F1-bolide van het Franse team en kreeg een zitje aangeboden voor 1996 maar ze slaagden er niet in om het benodigde geld bij elkaar te krijgen.

Na zijn tweede doortocht in de F1 is Lammers in verschillende klasses en hoedanigheden terug te vinden in de autosport. Hij is onder andere nog op 39-jarige leeftijd terug te vinden in de F3000, neemt deel aan de BTCC met het team van Tom Walkinshaw met de legendarische Volvo 850 estate, doet mee aan de Dakar met zijn eigen team en wordt teambaas van het A1 GP-team van Nederland. Vorig jaar stond hij op zestigjarige leeftijd nog aan de start van de 24 uren van Le Mans samen met Frits Van Eerd en Rubens Barrichello.

Jan Lammers mag dan wel geen enkel punt gescoord hebben in zijn doortocht in de Formule 1 maar zijn doorzettingsvermogen en passie voor de sport zijn ongelofelijk groot. Hij heeft alle kansen die zijn kant uitkwamen maximaal benut en is een voorbeeld voor veel jonge racers.

Geschreven door Tom Schots


Geschreven door Geoffrey Van den Elshout

Categorieën: F1journaal

image

Verwante nieuwsitems

F1Journaal Specials

GP van Australië