Wordt de formule 1 opnieuw spannend?

02 april 2010 — Een eigenzinnige kijk op de recente gebeurtenissen in de formule 1.

Wordt de formule 1 opnieuw spannend?

Na een incidentrijke en uiterst interessante GP van Australië slaat de balans over van een saai treintje rijden naar spankracht tijdens de races. Daar waar menig f1-fan alsook insider moord en brand aan het schreeuwen was na afloop van de GP van Bahrein, was er nu een geheel andere consensus: dit was een mooie race met veel meer spankracht.

Het is echter nog maar de vraag of we nu na twee races kunnen concluderen dat er inderdaad niets moet veranderd worden aan de formule 1 om meer spankracht te krijgen tijdens de races. Die spankracht moet er immers voor zorgen dat de f1-fan hunkert naar het volgende raceweekend, dat hij tickets koopt en dat men massaal aan de beeldbuis gekluisterd zit.

Na de GP van Bahrein was er één grote noodkreet in de formule 1. De openingsrace was saai, had weinig spankracht, weinig inhaalmanoeuvres , … Er moest dus dringend iets veranderen. Van de fel opgeklopte verwachtingen die werden opgebouwd naar mate de start van het nieuwe seizoen naderde werden er in Bahrein immers maar weinig ingelost.

Er waren vervolgens twee kampen in de formule 1. Het ene kamp wenste uiteraard zo snel mogelijk aanpassingen aan de wagens, het reglement, enz. Het andere kamp riep op om niet al te snel te oordelen en nog enkele races af te wachten.

Na afloop van de GP van Australië sloeg de stemming om. Het tweede kamp is overtuigd van zijn gelijk. En inderdaad, de twee race was veel interessanter, maar dat kon ook moeilijk anders.  Het was inderdaad een mooi schouwspel waarin wel wat te beleven was, maar de vraag was echter: “Waarom was het beter?”

Het broodnodige spektakel viel ondermeer toe te schrijven aan de regen vlak voor de start van de race. Grotendeels hierdoor viel er bij aanvang van de race wat spektakel te beleven. Ondermeer doordat de ene rijder in dergelijke weersomstandigheden al wat meer talent of durf heeft dan de andere.

Er waren in Australië verschillende pitstopstrategieën maar ook dat zorgde niet voor veel noemenswaardig spektakel. De wagens met de betere banden geraakten zelfs niet voorbij de wagens die tot het einde van de race met hun banden moesten rijden.

Neem nu Michael Schumacher. Akkoord, de Duitser heeft het niveau van zijn grote jaren zeker en vast nog niet, al is dat waarschijnlijk ook deels toe te schrijven aan de wagen van Mercedes, die minder goed is dan pakweg de Red Bull of Ferrari. Je gaat me nu toch niet zeggen dat hij niet voorbij een zekere Jaime Alguersuari geraakt. Eigenlijk valt Schumacher zijn situatie te vergelijken met wat Lewis Hamilton meemaakte op zijn nieuwe banden.

De Brit was samen met Mark Webber zo’n 1,5 à 1,8 seconde sneller dan Fernando Alonso in zijn Ferrari op oude banden.  Toch beet de Brit van zodra hij aansluiting maakte zijn tanden stuk op de Ferrari. Uiteindelijk leidde een schuiver van Mark Webber tot een aanrijding met de Brit.

De situatie van Schumacher, Hamilton, alsook de aanrijding van Webber zijn toe te schrijven aan eenzelfde probleem: de wagens in 2010.

Door de nieuwe diffusers is inhalen in de formule 1 haast onmogelijk geworden, tenzij je voorganger een fout maakt. Er wordt te veel ‘dirty air’, zeg maar luchtturbulentie opgewekt.

Het is te vergelijken met vliegtuigen die moeten opstijgen. Een klein vliegtuig mag niet te snel na een groot vliegtuig opstijgen aangezien de luchtturbulentie het tweede vliegtuig anders fataal kan worden. Zelfs tussen twee gelijkaardige vliegtuigen wordt bij het opstijgen op een luchthaven voldoende tijd gelaten omwille van de kwalijke gevolgen die de turbulentie kan hebben.

Daardoor kan ook in de formule 1 een wagen die zijn voorganger wil inhalen niet voldoende aansluiten en ook niet voorbijsteken. Eenmaal te dicht op de voorganger zijn achtervleugel gaat bijna alle grip weg, dat ondervond ook Mark Webber. De Australiër verklaarde zelf dat hij plots alle grip verloor bij het aanremmen voor een bocht. Dit kwam doordat hij te dicht op Hamilton zijn wagen zat.

De smallere achtervleugels, die ook zijn ingevoerd sinds vorig seizoen, zorgen er samen met de diffusers voor dat een wagen ook niet echt meer in de slipstream kan duiken. Vroeger zou een wagen die maar liefst meer dan anderhalve seconde sneller was, op zijn dooie gemak zijn voorganger voorbijgaan op het rechte stuk. Vandaag de dag is niets echter minder waar.

De conclusie dat het probleem van de spankracht tijdens de wedstrijden zichzelf zal oplossen is dus compleet fout. Er moeten wel degelijk maatregelen genomen worden om de spanning tijdens wedstrijden en het aantal inhaalpogingen te verhogen.

De paar variabelen die vandaag de dag voor spankracht zorgen zijn de onderlinge verschillen tussen circuits, safety car-periodes, weersomstandigheden en crashes die worden veroorzaakt. Bij gebrek aan één of meerdere van deze factoren wordt een race vaak herleidt tot treintje rijden of wachten tot één van de wagens een fout maakt of pech heeft.

Ook de teams lijken dit te beseffen. Opeens wordt KERS, het Kinetic Energy Recovery System, opnieuw van onder het sof gehaald . Nota bene het systeem dat werd afgeschaft door de teams zelf. Een mogelijke herinvoering kan opnieuw voor meer spektakel zorgen, al lijkt het ook geen ideale oplossing. Kijk maar naar de weinige teams die het systeem vorig seizoen gebruikten en de vele problemen die het opleverde.

De geldverslindende aerodynamische ontwikkelingen zorgen er ook mee voor dat er uiteindelijk aan spankracht wordt ingeboet. Vandaag de dag lijkt het wel alsof het de prioriteit niet meer is om een snelle wagen te maken. Het lijkt prioritair om ervoor te zorgen dat je achterligger jou niet kan voorbijsteken.

Laat ons alvast hopen dat de GP van Maleisië wel degelijk voor het nodige spektakel zorgt. Wat regen zoals vorig jaar kan alvast wonderen doen, al liet de stortbui vorig jaar ook pijnlijk zien dat het soms van het goede te veel kan zijn.

Laat ons ook hopen dat de Formule 1 opnieuw de spankracht zal krijgen die het verdient, anders kunnen ronkende namen zoals Lewis Hamilton, Fernando Alonso, Michael Schumacher en Sebastian Vettel ook de kijkers niet aan hun beeldscherm gekluisterd houden.

Grote namen maar weinig spektakel, het zal in geen enkele sport leiden tot succes.


Laatste forumtopics

F1Journaal Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws, onze acties en wedstrijden. Vul hieronder uw emailadres in:

F1Journaal Fotogalerij