Red Bull

f1 wagen Red Bull

Team: Red Bull
Motor: Renault RS27-2011
Banden: Pirelli

helm rijder 1 Red Bull helm rijder 2 Red Bull

Rijder 1: Sebastian Vettel
Rijder 2: Mark Webber
Testrijders: -

Geschiedenis

Opgericht:
Red Bull Racing bestaat uit de fundamenten van Stewart -Ford, dat in 1999 de naam Jaguar kreeg. Stewart is het werk van Jackie en Paul Stewart.
Basis:
Milton Keynes (Engeland)


1965-1973: Succesrijk coureur Stewart wil eigen team
De geschiedenis van Red Bull Raicing is verbonden met de glorieuze carrière van de Schot Jackie Stewart. Die begint in 1962. Al in 1965 maakt John Young Stewart zijn Grand Prix-debuut, scoort in zijn eerste race een WK-punt en staat voor het einde van het jaar als winnaar in Monza op het erepodium. Een crash in België levert hem een gebroken schouder op en volledig herstel duurt bijna twee jaar. Als zijn oude vriend en mentor Ken Tyrrell in 1968 een eigen Formule 1-team vormt, verruilt Stewart zijn BRM voor de blauwe Matra- Ford. In 1969 is hij oppermachtig en pakt met zes overwinningen zijn eerste titel. Hij evenaart dit in 1971. In 1973 voegt hij een derde titel aan zijn palmares toe, die dan 27 overwinningen, 17 pole-positions en het toenmalige record van 360 WK-punten telt. En dat in 99 races. Wat een feestelijk afscheid moet worden tijdens zijn honderdste Grand Prix, loopt in oktober ‘73 uit op een tragedie als Stewarts teamgenoot tijdens de trainingen in Watkins Glen verongelukt. Tyrrell trekt zich terug uit de race en Stewart neemt stilletjes afscheid.

1974-1987: Wachten op een team
Jackie Stewart verdwijnt enige tijd naar de achtergrond, als hij zich met zijn vrouw Helen en zoons Paul en Mark op zijn privéleven in Zwitserland concentreert. Zijn roem blijft deuren openen. Hij wordt ambassadeur voor Ford, het wandelend visitekaartje voor GoodYear, een autoriteit op het gebied van verkeersveiligheid en commentator voor de Amerikaanse en Australische televisie. Met zijn zakencarrière verdient hij zijn dikgesmeerde boterham, meer dan zijn raceloopbaan ooit heeft opgebracht. In 1983 verrast zijn 18-jarige zoon Paul hem, als hij laat weten ook coureur te willen worden. Pa Stewart is tegen: Paul moet iets anders kiezen of in ieder geval eerst studeren. Hij pakt in Amerika een studie politieke wetenschappen aan, maar volgt als Robin Congdon tevens een racecursus op Brands Hatch. Zodra de studie is afgerond, kiest Paul voor een racecarrière.

1988-1995: Paul doet het
Jackie Stewart legt zich neer bij de keuze van zijn oudste zoon. Als Paul over talent blijkt te beschikken en Formule Ford 2000 wil racen, wordt een eigen team geboren: Paul Stewart Racing. Wat begint als een driemans-formatie, groeit uit tot een bedrijf dat in elke raceklasse waarin het uitkomt een nieuwe standaard zet. Eerst helpt PSR Paul Stewart hogerop in de Formule 3 en later de Formule 3000, maar tot een echte doorbraak komt het niet. Eind ‘93 test Paul Stewart op Silverstone een Arrows en lijkt de sprong naar de Formule 1 nabij, tot Paul zich bedenkt. Hij geeft zijn coureursloopbaan op en stort zich geheel op de leiding van PSR. Het team wil een ‘opstapje voor talent’ zijn, dat jonge rijders via de Formule Opel Lotus, Formule 3 en Formule 3000 naar de top leidt. Talenten als David Coulthard, Gil de Ferran, Kelvin Burt, Jan Magnussen, André Ribeiro en Dario Franchitti liften mee. Eind ‘96 boekt PSR de honderdste overwinning en wordt het tiende kampioenschap binnengehaald.

1996-1997: Eindelijk!
In 1995 denken Jackie en Paul Stewart serieus na over de Formule 1. Een voorwaarde is wel dat er een grote motorfabrikant achter het project staat. Stewarts relatie met Ford levert hem een exclusief vijfjarig contract op. De Stewarts beginnen met PSR als basis met de opbouw van hun Grand Prix-team. Ze slaan ontwerper Alan Jenkins aan de haak en weken aërodynamica-specialist Eghbal Hamidy los bij Williams. Rubens Barrichello wordt aangetrokken als een van de rijders. Even zijn er besprekingen met Damon Hill, maar als de wereld-kampioen voor Arrows kiest krijgt Jan Magnussen de tweede auto. Op 10 december is de eerste Stewart-Ford klaar. Op 9 maart begint Jackie Stewart in Australië aan de belangrijkste race van zijn carrière. Het eerste seizoen verloopt moeizaam. Ford heeft een lange weg te gaan om de V10 op topniveau te brengen en betaalt hiervoor een prijs met veel opgeblazen motoren. Stewart hoopt in de laatste races van het seizoen een paar puntjes te scoren. Groot is dan ook de verrassing als Barrichello al in Monaco de tweede plaats pakt.

1998-1999: Snelle eerste zege onverwacht
Het is een Formule 1-wet dat het tweede seizoen in het bestaan van een team nog moeilijker is dan het eerste. Jackie Stewart wil daar niets van weten, maar tot zijn schrik krijgen de zwartkijkers gelijk. Het team begint in 1998 met Barrichello en Magnussen, maar de laatste wordt halverwege het jaar vervangen door Jos Verstappen. Hoewel Ford zelf ook nog steeds in gebreke blijft met de kwaliteit van zijn motor wil de hoofdsponsor betere resultaten zien. Maar ook Verstappen kan de malaise niet keren. Het team heeft veel problemen met de auto en vooral de revolutionaire versnellingsbak, waardoor uitvalbeurten aan de orde van de dag zijn. Spanje en Canada leveren de enige punten op. Even staat het team nog vijfde in de strijd om de constructeurstitel, maar Stewart eindigt het jaar op de achtste plaats met vijf punten.

Hoe anders is 1999. Nog steeds is het zwakke punt de onbetrouwbaarheid en daarvan is met name de nieuwe coureur Johnny Herbert het slachtoffer. Maar als de boel heel blijft, laat vooral Barrichello uitstekende dingen zien. Zo leidt hij in Brazilië en Frankrijk. Uiteindelijk is het echter uitgerekend Herbert die zijn baas Jackie Stewart de tranen in de ogen bezorgt. Tijdens de verregende Grand Prix van Europa op de Nurburgring stuurt hij zijn Stewart met het nodige geluk als eerste over de finish. De vierde plaats in het constructeursklassement met 36 punten is een mooi afscheid van Stewart, want Paul en Jackie Stewart hebben het team verkocht aan Ford dat het vanaf 2000 voortzet onder de naam Jaguar.

2000-2004: De Jaguar-periode
Het debuutjaar van Jaguar draait uit op een debacle. De auto is onbetrouwbaar en lang niet snel genoeg. Johnny Herbert en de nieuwe kopman Eddie Irvine hebben de grootste moeite om races uit te rijden. Mocht dat al lukken, dan is het voor het tweetal een heksentoer om in de punten te eindigen. Uiteindelijk slaagt alleen Irvine daar tweemaal in, in Monaco en Maleisië. In totaal bezorgt hij zijn team vier punten, goed voor een beschamende negende plaats in het constructeurs- kampioenschap. Johnny Herbert eindigt zijn Formule 1-loopbaan. Hij rijdt in Maleisië zijn laatste race. Bij deze ‘feestelijke’ gelegenheid breekt zijn achterwielophanging af. Het betekent zijn zoveelste uitvalbeurt, waarbij Herbert nog van geluk mag spreken dat hij er heelhuids af komt.

Het seizoen van 2000 is vergeten bij Jaguar en men is voor 100% geconcentreerd op 2001. De Braziliaan Luciano Burti is de vervanger van Herbert. Hij is niet nieuw in de F1 want vorig seizoen deed hij eenmaal mee, ter vervanging van de zieke Eddie Irvine in Oostenrijk. Na een paar GP’s is Burti’s liedje bij Jaguar uit en wordt hij vervangen door de meer getalenteerde Spanjaard Pedro de la Rosa. Beide Jaguars tonen aan snel te kunnen zijn in kwalificatie. Het hoogtepunt van het seizoen vindt plaats in het glamoureuze Monaco, waar Eddie Irvine 3de finisht en Jaguar zijn eerste podium schenkt. Het team behaalt punten, goed voor in het constructeursklassement.

Het Jaguar team stapt met vol vertrouwen af op het nieuwe seizoen. In de eerste race is meteen duidelijk dat Jaguar niet beter is dan het minder goede Minardi team en Arrows. De Jaguar R3 is 1 totale ramp. Naarmate het seizoen verder evolueert, komen de geruchten naar boven Pedro de la Rosa zou verkeerde informatie gegeven hebben aan de mecaniciens van het Jaguar F1 team. Hierdoor hebben ze bij Jaguar veel tijd verloren en moeten ze een totaal nieuw aërodynamica pakket maken. In de laatste 5 races van het seizoen rijd men bij Jaguar rond met dit verbeterde pakket en de resultaten zijn meteen merkbaar. Eddie Irvine kan zelfs nog een 3de plaats behalen te Monza. Irvine en de la Rosa worden na het seizoen buitengesmeten door Niki Lauda en vervangen door Webber en Pizzonia.

In de seizoenen 2003 en 2004 werden de prestaties van het team stabieler. Toch slaagde Jaguar er nooit in om indruk te maken. Ford zag een toekomst in de Formule 1 niet langer als een mogelijkheid en besloot het team te koop aan te bieden.

2005-???: Red Bull, het flamboyantste team op de grid
Toen de Oostenrijkse miljardair Dietrich Mateschitz in 2004 kwam aankloppen bij Ford, werd daar niet lang getwijfeld. Het team kwam zo in handen van de grote baas van energiedranken gigant Red Bull. De teamnaam veranderde naar Red Bull Racing en het team werd de sfeermaker in de paddock. Al snel bleek echter dat Red Bull Racing niet zomaar een marketingspeeltje was voor Mateschitz.

2005 werd het debuutseizoen voor Red Bull met David Coulthard en Christian Klien als piloten. Het was meteen een merkelijke verbeteringen ten opzichte van wat voorganger Jaguar kon presteren. Voor het seizoen 2006 verzekerde Red Bull zich van de diensten van topontwerper Adrian Newey. Het team kon ook rekenen op motoren van Ferrari. De eerste podiumplaats voor het team kwam er in de Grote Prijs van Monaco van dat jaar. David Coulthard eindigde er derde.

In 2007 profiteerde het team voor het eerst van de ontwerpen van Adrian Newey. De Red Bull RB3 werd aangedreven door Renault motoren. Mark Webber vervoegde het team en pakte een podiumplaats in de Grote Prijs van Europa. Een hoogtepunt dat seizoen want David Coulthard werd in die race ook knap vijfde.

2008 begon goed voor Red Bull en even leek het op weg naar een goede notering in het constructeurskampioenschap. In het tweede deel van het seizoen viel het team echter terug met een zevende plaats in de eindstand tot gevolg.

2009: eerste topseizoen
In het seizoen 2009 veranderden de wagens van uiterlijk en dat is een kolfje naar de hand van topontwerper Adrian Newey. De Brit bracht een zeer goede wagen aan de start, maar de Brawn GP’s waren beter. Daar kon zelfs de nieuweling in het team, Sebastian Vettel, niets aan doen. Naargelang het seizoen vorderde haalde Red Bull Brawn GP in, maar met zes zeges was er niets meer aan Jenson Button te doen. Vettel en Webber behaalden respectievelijk een tweede en vierde plaats in het kampioenschap. In het jaar van hun eerste pole en hun eerste zege werd Red Bull tweede in het constructeurskampioenschap. Red Bull was niet langer het team dat vooral bekend was van haar vele feestjes.

2010: kampioen
Nadat Red Bull zich het sterkste toonde in de laatste races van 2009 en tijdens de testsessies, waren de verwachtingen hoog. Red Bull had nu goede rijders en een goede wagen. Toch bleek al snel dat Vettel te veel in de fout ging of af te rekenen kreeg met pech. Mark Webber had op zijn beurt problemen met constant presteren. Red Bull was oppermachtig op sommige circuits, maar moest soms ook opboksen tegen stevige concurrentie. Daarbij kwam een interne strijd om de eerste plaats binnen het team, met als triest hoogtepunt een crash tussen beide rijders in Turkije. De constructeurstitel was geen probleem, maar voor het rijderskampioenschap kwam Red Bull in nauwe schoentjes. In de laatste race bracht Sebastian Vettel dan toch beide titels voor het eerst naar Red Bull.

Verwante nieuwsitems

07 feb 2012
Is dit het nieuwe geheime wapen van Red Bull ? (foto’s)
06 feb 2012
Alguersuari voelt zich gekwetst door Toro Rosso en Red Bull
06 feb 2012
VIDEO: Red Bull presenteert RB8
20 jan 2012
“Vettel is nog nooit zo sterk geweest”
17 jan 2012
Red Bull presenteert RB8 op 6 februari

Tussenstand F1 seizoen

01. Sebastian Vettel 392 pt.
02. Jenson Button 270 pt.
03. Mark Webber 258 pt.

Volledige stand →

F1Journaal Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws, onze acties en wedstrijden. Vul hieronder uw emailadres in:

F1Journaal Fotogalerij