Williams

f1 wagen Williams

Team: Williams
Motor: Cosworth CA2011
Banden: Pirelli

helm rijder 1 Williams helm rijder 2 Williams

Rijder 1: Rubens Barrichello
Rijder 2: Pastor Maldonado
Testrijders: Valtteri Bottas

Geschiedenis

Opgericht:
Williams werd in 1977 door Frank Williams opgericht. Patrick Head had ook een groot aandeel in de oprichting.

Basis:
Grove, Wantage, Oxfordshire (Engeland). De fabriek is gelegen in een zeer groot natuurgebied. Het biedt plaats voor 400 parkeerplaatsen. Ook vind je er een zaal met alle F1-wagens die het team gebruikte, waarmee het mee racete.

1968-1980: Moeilijke opbouw van het team
In 1968 richt Frank Williams zijn eigen Formule 1-team op, met als coureur Piers Courage. In ‘69 rijdt de Brit met een Brabham-chassis, het jaar erop met een De Tomaso. Hij verongelukt dodelijk op Zandvoort. In ‘71 wordt met een March-chassis gereden.

Op 15 juli 1972 rijdt er tijdens de Grand Prix van Engeland voor het eerst een Williams-chassis mee in het Formule 1-veld. De wagen wordt genoemd naar de sponsor Politoys en hij wordt bestuurd door Henri Pescarolo. Na 24 ronden valt hij uit en bij deze ene race blijft het voorlopig. Het daarop volgende seizoen is Frank Williams er met zijn team van het begin af aan bij, onder de sponsornaam Iso Marlboro. Howden Ganley komt voor het eerst aan de finish, in Brazilië eindigt hij op de zevende plek.

Op 29 juli 1973 behaalt het team zijn eerst WK-punt. In Zandvoort rijdt de Nederlander Gijs van Lennep de wagen naar een zesde plaats. Later behaalt Ganley ook nog een punt. In 1974 rijden maar liefst zes verschillende coureurs in de Iso Marlboro. In ‘75 heet het team voor het eerst Williams. Dit jaar mogen zelfs negen verschillende coureurs het proberen van Frank Williams. De grote uitschieter is de Fransman Jacques Laffite die op de Nürburgring sensationeel naar een tweede plaats rijdt. De eerst podiumplaats voor het Williams-team is een feit. Verder worden er dat jaar geen punten behaald. Een jaar later gaat Frank Williams een verbond aan met Walter Wolf. Het wordt geen groot succes, want er worden geen punten gescoord. Teleurgesteld gaat het tweetal uit elkaar.

Frank Williams heeft het financieel heel moeilijk. Hij zet in 1977 een March-Ford in met de Belg Patrick Negraveve achter het stuur. Punten worden niet behaald. De voorbereidingen op het seizoen 1978 zijn echter al in volle gang, dankzij Arabisch sponsorgeld is er eindelijk wat mogelijk. Williams Grand Prix Engineering wordt opgericht en een nieuwe fabriek betrokken in Oxfordshire. Alan Jones gaat de enige wagen besturen. In de derde race rijdt hij al naar de vierde plaats, terwijl hij in Amerika als tweede eindigt. In 1979 moet het gaan gebeuren. De wagen is verbeterd en Clay Regazzoni is als tweede rijder aangetrokken.

Na een stroef begin wordt op 14 juli historie geschreven: in Engeland wint Regazzoni de eerste Grand Prix voor het Williams-team. Daarna gaat het snel, want Jones wint de volgende drie races en eindigt uiteindelijk als derde in de strijd om de wereldtitel. 1980 wordt het Williams-jaar: Alan Jones behaalt vijf zeges en wordt wereldkampioen, terwijl de nieuwe tweede rijder Carlos Reutemann ook nog een race wint. Tevens wint Williams voor het eerst de constructeurstitel.

1981-1990: Proberen om aan de top te blijven
In 1981 lijken de successen door te gaan. De eerste twee Grand Prix’ worden opnieuw door de Williams-coureurs gewonnen. Reutemann lijkt de nieuwe wereldkampioen te worden, maar wordt uiteindelijk met één punt verslagen door Nelson Piquet. Dan al blijkt dat Frank Williams niet weet hoe hij met mensen moet omgaan. Hoewel Reutemann WK-leider is zet het team het hele seizoen alles op Jones. 1982 wordt een uiterst bizar seizoen waarin ongelooflijk veel ongelukken gebeuren en waarin opnieuw een Williams-coureur de wereldtitel opeist. Hoewel hij slechts één race wint, wordt Keke Rosberg de nieuwe wereldkampioen. 44 punten is genoeg voor de titel.

Hierna gaat het wat minder met het team. Rosberg wint in ‘83 nog wel de Grand Prix van Monaco maar hij eindigt als vijfde in de titelstrijd. Een jaar later behalen de Fin en zijn teamgenoot Laffite maar weinig punten. De basis voor succes wordt in deze jaren gelegd, met het ontwikkelen van de Honda- motor die vanaf eind ‘93 achter in de Williams zit. In 1985 komt het team pas laat op gang. De laatste drie races worden gewonnen. In ‘86 vervangt Piquet Rosberg en de tandem Mansell/Piquet blijkt succesvol te zijn, ook al kunnen de twee elkaar niet luchten of zien. De Engelsman lijkt wereldkampioen te worden, maar in de laatste race krijgt met een snelheid van 300 km/u een klapband en verliest hierdoor de titel aan Alain Prost. De constructeurstitel wordt wel binnengehaald.

Teambaas Frank Williams heeft echter weinig redenen om te lachen. Bij een verkeersongeval raakt hij verlamd en hij zit sindsdien in een rolstoel.

In 1987 is het team oppermachtig. Nelson Piquet wordt de derde wereldkampioen in een Williams, voor de teleurgestelde Mansell. 1988 wordt een mager seizoen voor Williams. Piquet is vertrokken naar Lotus en veel belangrijker: Honda naar McLaren. Tot de komst van Renault moet het seizoen overbrugd worden met een zwakke Judd-motor. Williams eindigt als zevende in de strijd om de constructeurstitel.

In 1989 rijdt Williams voor het eerst met de Renault-motor. Hoewel er nog wat problemen zijn met de nieuwe motor, eindigt Williams toch als tweede achter het oppermachtige McLaren. Thierry Boutsen wint twee races en Riccardo Patrese wordt derde in de eind- stand. Een jaar later is er niet genoeg progressie. Beide coureurs winnen een Grand Prix, maar in de strijd om de wereldtitel kan het tweetal zich niet mengen.

1991-2000: Mooie jaren
Nigel Mansell keert terug op het oude nest en wint vijf races, maar wordt voor de derde keer vice-wereld- kampioen achter de ongenaakbare Ayrton Senna, Patrese wordt derde met twee zeges. In 1992 komen eindelijk de grote triomfen terug voor Williams. Mansell wint de eerst vijf races van het seizoen op rij. Daarna wint hij er nog vier en met 108 punten, 52 punten meer dan zijn achtervolger en teamgenoot Patrese, wordt hij met overmacht wereldkampioen. Williams pakt met grote voorsprong de constructeurstitel.

Toch vertrekken beide coureurs. Alain Prost en Damon Hill zijn de vervangers. Ook dit tweetal doet het uitstekend. Prost wint zeven races en wordt wereldkampioen, Hill eindigt als derde en wint drie keer. Het lijkt een nieuwe politiek te worden van Frank Williams: ook Prost wordt na het behalen van zijn titel min of meer weggestuurd.

Ayrton Senna is zijn opvolger. De Braziliaan komt bij de derde race in San Marino echter om het leven. De Schot David Coulthard wordt zijn vervanger. Hoewel Hill zes races wint, wordt hij toch slechts vice-wereldkampioen achter Michael Schumacher na een spannende ontknoping in de laatste race. Williams wint de constructeurstitel, mede dankzij Mansell die voor vier races terugkeert in het team, waarvan hij er een wint.

Ook in 1995 eindigt Hill als tweede achter Schumacher, terwijl Coulthard derde wordt. In 1996 lukt het Hill eindelijk om de zesde coureur te worden die met een Williams wereldkampioen wordt. Zeven keer komt hij als eerste over de finish. Zijn nieuwe teamgenoot Jacques Villeneuve eindigt als tweede en wint in zijn eerste seizoen in de Formule 1 meteen vier GP’s.

1997 is het jaar van Villeneuve. In zijn tweede jaar in de Formule 1 haalt de Canadees met zeven overwinningen de wereldtitel binnen. Zijn teammaat Frentzen wordt tweede. Villeneuve en Frentzen rijden ook in 1998 voor Williams, maar helaas voor hen begint het team aan een slechte periode. Het team eindigt als derde in het constructeurskampioenschap. In afwachting van een nieuwe fabrieksmotor van BMW zijn de verwachtingen van Williams voor het jaar 1999 niet hooggespannen. Villeneuve is vertrokken en Frentzen aan de kant gezet, maar gelukkig zorgt het talent Ralf Schumacher ervoor dat het nog best een aardig seizoen wordt. Als de Duitser de eindstreep haalt, pakt hij punten. De vijfde plek in het constructeursklassement is echter ronduit teleurstellend. Schumachers teamgenoot Alex Zanardi is hier de oorzaak van, want met nul punten is zijn inbreng niet bepaald wat het team ervan verwachtte. Geen wonder dat het tweejarig contract met Zanardi wordt ontbonden.

In 2000 heeft Williams een sterk koppel met de jongelingen Ralf Schumacher en Jenson Button. De Duitser pakt weer enkele podiumplaatsen en ook Button scoort de nodige punten. Hun totaal is goed voor een veelbelovende derde plaats in het constructeurskampioenschap.

2001: Sterke vooruitgang
In 2001 maakt Williams een fantastisch jaar mee en lijken ze op weg om hun successen van vroeger te herhalen. Het team behaalt sinds ‘97 weer zeges. Ook staan de mannen met de snelle BMW-motor een aantal keer op pole. Ralf Schumacher en Juan Pablo Montoya doen Frank Williams weer herleven. Toch kunnen ze zich niet moeien in de strijd om een titel. Eind oktober liet Williams aërodynamica specialist Willis naar BAR vertrekken.

2002: Veel verwachtingen maar weinig gedaan.
2001 liet ons vermoeden dat we in het nieuwe seizoen 2002 veel goede dingen zouden zien van Williams. Niets was minder waar, Williams heeft een heel seizoen lang niets kunnen doen aan de dominantie van Ferrari. Ze keken er naar maar deden niets. Meteen werd er verteld dat Ferrari illegaal bezig was met dingen aan de wagen, meerdere keren werd hun wagen onderzocht maar nooit werd er iets gevonden. De afstand tussen beide teams werd naarmate het seizoen vorderde steeds groter. We zijn bezig voor volgend jaar luidde de uitleg. Ralf kon wel 1 keer winnen. Ook had men bij Williams een motorprobleem, de motor was vorig jaar zeer betrouwbaar maar dit jaar plotseling niet meer. Juan Pablo Montoya heeft bewezen dat hij een toekomstig kampioen kan zijn, hij heeft in het seizoen meerdere malen Michael Schumacher van de pole gestoten maar kon nooit deze pole omzetten in een klinkende overwinning.

2003: Beste seizoen in jaren
Het seizoen 2003 werd een topjaar voor Williams met vier overwinningen. Juan Pablo Montoya kon lange tijd meestrijden voor het wereldkampioenschap en werd uiteindelijk derde.

2004-2008: De terugval
In een wereld waar geld uitermate belangrijk is, werd het de voorbije jaren steeds moeilijker voor Williams om competitief te zijn. In 2004 presteerde het team nog behoorlijk met een overwinning voor Montoya in Brazilië en nog enkele podiumplaatsen doorheen het jaar.

Voor 2005 moest Williams op zoek naar twee nieuwe piloten. Dat werden uiteindelijk Mark Webber en Nick Heidfeld. De relatie met motorenleverancier BMW werd steeds slechter en ook de prestaties haalden niet meer het niveau van de vorige jaren. BMW kondigde tijdens het seizoen ook nog aan dat het een eigen team zou beginnen waarna Williams besloot om met Cosworth in zee te gaan voor 2006.

Nico Rosberg kwam in 2006 bij het team naast Mark Webber. Het team verloor een grote sponsor en de toekomst zag er steeds onzekerder uit. Voor het eerst in 30 jaar behaalde het team geen enkele podiumplaats en moest het genoegen nemen met 11 punten.

Vanaf 2007 kon het team rekenen op de motoren van Toyota. Mark Webber werd vervangen door Alexander Wurz. De Oostenrijker behaalde het podium in de Grote Prijs van Canada en het team kon de vierde plaats in het constructeurskampioenschap veilig stellen met 33 punten.

2008 viel dan opnieuw wat tegen. Kazuki Nakajima werd de teamgenoot van Rosberg. Die behaalde twee podiumplaatsen maar toch was het team niet tevreden over de prestaties en werd er al snel overgeschakeld op het ontwerp van de wagen voor 2009.

In 2009 trad Williams aan met hetzelfde rijdersduo. Nico Rosberg was op zijn eentje verantwoordelijk voor de 34 en een half punt dat Williams dat seizoen behaalde.

2010 was weer een lichtpuntje in de geschiedenis van het team. Rubens Barrichello en GP2-kampioen Nico Hulkenberg behaalden een zesde plaats in het constructeurskampioenschap.

Verwante nieuwsitems

31 jan 2012
Williams presenteert FW34 op 7 februari
18 jan 2012
Welke nieuwe wagens doorstonden de crashtest al?
17 jan 2012
Officieel: Bruno Senna rijdt voor Williams
17 jan 2012
“Bruno Senna heeft contract bij Williams ondertekend”
11 jan 2012
Michael Johnson gaat mecaniciens Williams trainen

Tussenstand F1 seizoen

01. Sebastian Vettel 392 pt.
02. Jenson Button 270 pt.
03. Mark Webber 258 pt.

Volledige stand →

F1Journaal Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws, onze acties en wedstrijden. Vul hieronder uw emailadres in:

F1Journaal Fotogalerij